Nationale oplossingen voor globale problemen?
door Alex Brenninkmeijer

Multatuli over Amsterdam
‘Ik heb veel landen bezocht en beijver mij vooral acht te geven op de publieke zaak. Welnu, ik verklaar nergens zulke totale absentie van plichtsbesef, nergens zo’n walgelijke onbekwaamheid te hebben aangetroffen als bij ’t bestuur van Amsterdam. Amsterdammers, ziet ge dat niet? Reist eens wat, werkt wat op, en als gij terugkeert, gaat naar het stadhuis, en gooit … nee, gooi niets. Maar eilieve, kiest anders.’ Tijdens het voorlezen van dit citaat uit idee 308 zag ik de burgemeester van Breda even benauwd kijken voordat de stad Amsterdam genoemd werd als voorwerp van kritiek. Nee het is niet het bestuur van Breda, maar van de stad Amsterdam dat Multatuli bekritiseert in Idee 308.

Deze tekst van Multatuli heb ik gekozen omdat ik samen met een commissie onderzoek heb gedaan naar het bestuurlijk stelsel in Amsterdam. En het citaat van Multatuli zou – als hyperbool – eigenlijk ook wel passen op de kaft van ons rapport, omdat we constateerden dat het in Amsterdam toch eigenlijk niet zozeer om de burgers gaat maar vaak toch om belangen die onvoldoende verbinding houden met dat wat de Amsterdammers beweegt.

Ik ben zelf in Amsterdam geboren en dus vond ik het eervol om de rol van evaluator van het bestuurlijk stelsel van Amsterdam te vervullen. Ik werd vervolgens naar aanleiding van ons rapport uitgenodigd door de Kinkerbuurt. Een hele leuke en levendige Amsterdamse buurt, ik heb er zelf ook gewoond. In De Hallen van de Kinkerbuurt was er een groep van rond 120 Amsterdamse burgers die allemaal kwamen vertellen hoe zij het bestuur van Amsterdam ervoeren. Daar kwamen hele interessante voorbeelden naar voren van mensen die samen iets bedenken, met een plan komen en vervolgens het plan proberen door te zetten. Dit bleek helemaal niet makkelijk te zijn in Amsterdam en dat was dan ook de reden dat we ons als evaluatiecommissie daarmee bezig hebben gehouden.

Maar wat ook heel duidelijk naar voren kwam, was dat Amsterdam –als het bij voorbeeld gaat om het grote toerisme, daar heeft u vast wel over gelezen- zwaar onder druk staat en dat vaak het grote geld beslist. Vanwege dat massatoerisme ben ik blij dat ik niet meer in Amsterdam woon. Er waren ook mensen die vertelden ‘ik woon al heel lang in de Kinkerbuurt en ik kwam tot de ontdekking dat er allang besloten is dat vlak achter mijn huis de boel kaalgeslagen wordt en dat er iets groots gebouwd wordt. En als ik me dan probeer voor te stellen hoe het eruit komt te zien, word ik daar heel verdrietig van. En dat is denk ik een illustratie van hoe de burger in deze tijd geconfronteerd kan worden met de macht van het grote geld. Er zijn grote belangen en die belangen worden dienstbaar gediend. De titel van vandaag ‘democratie en het grote geld een ongemakkelijke combinatie’ trekt mij ook aan. Belangrijk is dan de vraag ‘ een ongemakkelijke combinatie’, waarom? In het voorbeeld van Amsterdam is het heel duidelijk waarom dit zo is. Burgers hebben het gevoel dat ze er niet toe doen, er wordt over hen en niet met hen beslist en er wordt onvoldoende rekening gehouden met hun belangen.

Complexiteit
Maar wat is dat ongemak nou eigenlijk? Mijn conclusie is dat dit vooral samenhangt met iets wat ik benoem als complexiteit. Wij leven in een tijd die steeds complexer wordt. Een groeiende complexiteit, ingewikkeldheid, een minder goed overzicht van wat er precies aan de hand is. Een complexiteit die ervoor zorgt dat zoveel met zoveel samenhangt. Je kunt die toenemende complexiteit ook vergelijken met iets dat oververhit raakt, dan kunnen er hele onverwachte dingen gebeuren.
Als we naar de afgelopen tien, vijftien, twintig jaar kijken is het zo dat onverwachte gebeurtenissen ons hebben overvallen. Schrijver Taleb heeft dit benoemd als zwarte zwanen. Dat er gebeurtenissen zijn die niemand heeft kunnen voorspellen. De crisis van 2008; aan de ene kant was deze voorspelbaar, maar aan de andere kant niet qua omvang en wat nu precies maakte dat de val van Lehman Brothers zulke gevolgen had. Dat gedoe met het samenpakken en doorverkopen van slechte hypotheken en dat geknoei in de financiële markten. Dat dat zo’n effect op de economie had, was eigenlijk niet te voorzien en is door weinig deskundigen voorzien. Volgens mij is dat een belangrijk thema voor u en mij, want het raakt mij ook als burger.

Het grote geld en onze economie
Mijn eerste vraag is: Hoe zit met het grote geld en de economie allemaal in elkaar? Wat gebeurt er nu eigenlijk in onze economie? Is het voor mij mogelijk om te begrijpen wat er in deze wereld gebeurt? Hoe zit het dan inderdaad met het grote geld? Ik ben met die vraag op pad gegaan, want die vraag houdt me al een paar jaar bezig. Wat is er nou aan de hand met onze financiële markten? In de eerste plaats weten we dat er veel geld gecreëerd is door banken en financiële instellingen. Op een gegeven moment ontstond onrust hierover. Ik heb bij een kerstdiner aan mijn nichtje en neefje uitgelegd hoe dat nou eigenlijk zit met geldcreatie door banken. Banken die geld uitlenen dat ze niet hebben, tot wel 97% of bijna 100% toe. Zij waren compleet verbaasd: Ze dachten, je brengt geld bij de bank en de bank leent het geld uit. Maar dat is de formule helemaal niet. De formule is dat er veel geld gecreëerd wordt. Daar komt dan bij dat de Europese Centrale Bank die nu met het opkoopprogramma van obligaties en andere waardenstukken een enorme hoeveelheid geld in de economie pompt om de inflatie naar boven te krijgen. Zou u daar gelukkig van worden als de inflatie hoger wordt? Ik heb eigenlijk als burger geen flauw idee. Het zal echter gebeuren.

Op een gegeven moment dacht ik: Je moet toch ook te weten kunnen komen hoeveel geld er eigenlijk is? Ik ben bij deskundigen gaan navragen, onder andere bij Arnoud Boot, die bij de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid zit. Ik heb hem gevraagd of hij me kan helpen met de vraag ‘hoeveel geld is er eigenlijk’? Het antwoord op die vraag blijkt echter: niemand weet het. Hoeveel het ‘grote geld’ is, weet niemand.

We weten wel dat er onwaarschijnlijk veel geld is en dat dat geld op zoek is naar wat we rendement noemen. Geld zoekt rendement. Ik zou zeggen geld zoekt goede doelen, maar in de werkelijkheid is het dat geld rendement zoekt. Dan ontstaat er een lastig te begrijpen beeld. Omdat in de economie van u en van mij, waarin je bijvoorbeeld naar de markt gaat en lekkere vis koopt of groenten en zo je geld uitgeeft, het heel anders toegaat dan in de wereld van het grote geld. In de wereld van het grote geld is geld onzichtbaar, onbereikbaar en ongrijpbaar voor ons als stervelingen. Het grote geld is slechts virtueel aanwezig en hangt eigenlijk als een donkere wolk boven ons. Mijn gedachte daarbij is – en dat was ook de reden dat ik de vraag stelde- hoeveel geld er nou eigenlijk is, dat ik zelf als eenvoudige burger ook het gevoel heb: Wat is nou de verbinding tussen het grote geld en ons leven?

En dan zeg ik, die verbinding is gewoon weg. Dus er is misschien iets heel raars aan de hand. Daarstraks kwam in de inleiding van Frénk van der Linden zeer indringend de opmerking aan de orde van onder andere Klaas Knot, de directeur van de Nederlandse Bank over onze economie: ‘we weten het niet’. Dat zou het motto van vandaag kunnen zijn, want we weten het gewoon niet. Wat gebeurt er nu eigenlijk met die financiële markten? Ik had het net over zwarte zwanen. Op het moment dat ik hier sta te praten kan er iets gebeuren, bij wijze van spreken in Zimbabwe of Beijing of waar dan ook, waardoor dat hele stelsel opeens in een enorme onrust komt te verkeren en we eventueel met onze spaarcentjes en pensioenen diep in de problemen komen. Dat er enorme onzekerheid ontstaat en we weer moeten constateren dat de economie enorm hard achteruit kachelt. Want het systeem waarheen we zitten, is geen stabiel systeem en kent vele onzekerheden. We weten niet eens welke onzekerheden er in onze economie uiteindelijk zijn. Ik wou uw middag niet verprutsen in dit mooie Kasteel, maar ik kan er niets anders van maken. Het spijt me, maar zo is het wel gesteld met ‘het grote geld’.

Wat zeggen wereldleiders?
Mijn tweede vraag is: Wat is de boodschap van onze wereldleiders in deze toch wat treurige situatie? Dat zijn toch de mensen die aan gaan geven welke richting we opgaan. De eerste wereldleider die ik noem en dat doe ik ook omdat ik hem de eer gun om wereldleider te zijn. Daarover schijnt hij gefrustreerd te zijn omdat hem dat zo moeilijk lukte, u weet wel, het is Vladimir Poetin. Meneer Poetin is een bijzonder iemand. De verbinding tussen democratie en Poetin, iedereen weet langzamerhand dat die verbinding verbroken is. Ondanks het feit dat we net een nieuw gekozen Doema hebben, maar die volksvertegenwoordiging heeft weinig te maken met democratie. Het bijzondere vind ik ook dat er een soort dubbele boodschap verbonden is met meneer Poetin. Aan de ene kant bestuurt hij het land, is hij heel slim in het aantrekken van de sympathie van heel veel Russen. Hij heeft blijkbaar de steun van grote delen van de Russische bevolking. En ondertussen komen er steeds meer berichten dat hij zijn zakken en die van zijn familie en zijn entourage heftig zit te vullen. Een van de berichten die ik toch de meest valse tonen vond geven, was dat de fantastische cellist Sergei Pavlovich Roldugin kennelijk de rol heeft gekregen om Poetins persoonlijke schatkistbewaarder te zijn. Dat is een boodschap.

In de Verenigde Staten is meneer Trump gekozen. Meneer Trump is een icoon. Toen Trump gekozen werd, waren er onwaarschijnlijk veel commentaren en duidingen. Bij het aanhoren daarvan dacht ik dat het allemaal wel waar zal wezen. Maar eigenlijk weten we helemaal niet zo goed hoe het is gegaan met het feit dat meneer Trump is gekozen. Als we nou eens kijken naar de jonge mensen in de samenleving, naar de Nederlandse samenleving en andere landen in Europa. En je zegt, hoe word je in deze tijd, de machtigste man van de wereld, de president van de Verenigde Staten, gidsland van de vrije democratie? Dan zie je dat iemand een carrière heeft gemaakt met vastgoed, grote gebouwen. Ik heb het nagekeken; De Trump Tower in New York uit 1983 is 200 meter. Toen kwam in 2009 de Chicago Tower, die 500 meter is. Voor iemand als meneer Trump geldt, lijkt mij, zoiets als ‘the sky is the limit’. Je bouwt een imperium. Je bent rijk, 3,7 miljard. Ik kan me nooit voorstellen hoe groot zo’n bedrag is, 3,7 miljard. Je doet mee aan de Amerikaanse verkiezingen en in feite voeg je gewoon de VS toe aan je imperium. Dat is wat we in de komende jaren zullen zien. Trump is niet echt een president, hij is ondernemer. Er waren heel veel mensen in Amerika, die dachten, ‘als hij zo rijk is geworden dan willen wij dat ook wel’, toch? Tenminste dat is volgens mij de meest eenvoudige inschatting van wat er aan de hand is. Ondertussen blijkt heel onduidelijk te zijn hoe Trumps vastgoedimperium gescheiden gehouden moet worden van zijn publieke rol van President. Het grote geld en de democratie lijken te fuseren, en daarmee wellicht te imploderen.

Als we kijken naar de toekomstplannen van meneer Trump, dan zie je dat hij de financiële sector, die we nauwelijks in de klauwen hebben, graag verder wil liberaliseren. Dat hij veel geld in de economie wil pompen en dat regels daarbij niet in de weg moeten zitten. Dus wat moeten we van Trump verwachten? Welke boodschap komt hier tevoorschijn? Wanneer ben je nou een wereldleider? Meneer Obama wordt een beetje in stilte het podium afgedragen. Hij was niet degene die dit type successen voor elkaar heeft gekregen en we moeten nog maar eens zien wat de geschiedenisboeken over hem zullen zeggen. Ondertussen is het de vraag wat de boodschap is van onze leiders en hoe we aankijken tegen kapitaal en het kapitaal van onze leiders persoonlijk.

Dan kom ik bij mijn derde punt. Mijn eerste punt is dat we niet weten wat er met het grote geld aan de hand is. De financiële markten zijn groot, onoverzichtelijk en hoogst risicovol. Mijn tweede punt betreft de boodschap van onze wereldleiders. Het persoonlijke en het zakelijke worden met elkaar vermengd. Politieke macht raakt meer en meer mee verweven. En mijn derde punt is dat de verhoudingen zoek zijn.

De verhoudingen zijn zoek
Nu kom ik bij landen, bij staten. Wat we zien is dat er in deze tijd veel meer nadruk komt te liggen op bijvoorbeeld de Nederlandse staat en op de Nederlandse identiteit. Het ‘sluit de grenzen’ is geen vreemde uitspraak meer in deze tijd. Maar dat geldt in heel veel landen. In Duitsland met Duitse vlaggen en Alternativ für Deutschland. In België hebben we nationalisme gezien. In Frankrijk met Marine Le Pen en met de nadruk op de Franse driekleur. Landen, daar ligt heel veel nadruk op en dan weer op het nationalisme in die landen afzonderlijk. Tegelijkertijd moeten we constateren dat die landen in verhouding tot dat grote geld, waar we eerder over spraken, wel erg klein zijn. Als we kijken naar de Deutsche Bank en Duitsland. De balans van de Deutsche Bank is met 1.800 miljard euro vele malen groter dan de begroting van 320 miljard euro waar mevrouw Merkel over gaat.

We hebben in de financiële crisis gezien dat als die grote banken een beetje beginnen te wankelen – en het zijn steeds van die verschrikkelijk hoge gebouwen die ze bouwen – als dat eenmaal gaat wankelen, ze ook onwaarschijnlijk hard kunnen omvallen. Dat is een probleem voor iedere burger dat we na 2008 hebben gezien: banken die too big to fail zijn. Die systeembanken, zo worden ze genoemd, kunnen niet failliet, want anders zijn alle burgers echt de pineut. En dan kan een onwaarschijnlijk grote boosheid ontstaan, want dan voelt iedereen zich bekocht door wat er door de val van banken gebeurt. Dit lijkt allemaal ingefluisterd door Multatuli. Ik sta hier niet als lid van de Europese Rekenkamer, want die is minder uitgesproken. Ik sta hier gewoon als woordvoerder van Multatuli in 2016.

Vervolgens kunnen we zien dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een club met knappe koppen zoals Arnoud Boot, recentelijk een rapport heeft uitgebracht over hoe het nou zit met de financiële markten: Samenleving en financiële sector in evenwicht. In dat rapport zegt de WRR drie dingen, die ik heel kort aangeef. In de eerste plaats, instabiele financiële markten. Ernstig probleem. In de tweede plaats is de omvang van de financiële markten ten opzichte van Nederland als land enorm groot.

En het derde wat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid noemt is dat naast de instabiliteit van de financiële markten, naast de dominantie van de financiële markten ten opzichte van Nederland als land er een enorme zenuwachtigheid is in de financiële markten. En dat leidt ertoe dat politiek Den Haag eigenlijk van dag tot dag leeft. In deze situatie is het moeilijk om tot lange termijn denken te komen. Je moet al blij zijn dat de fiets overeind blijft als je bijna het evenwicht verliest. Het is zenuwachtig beleid dat we zien. Het is heel moeilijk om als land een koers uit te zetten, waardoor je zegt: ‘we weten zeker dat in die mega financiële markten met die enorme dominantie en onzekerheid, dat we daar goed doorheen komen’. Dat is eigenlijk meer gok- en giswerk.

Welke ontwikkelingen spelen?
Drie vragen rond het grote geld en de democratie legde ik hiervoor aan u voor. Wat is er aan de hand op de financiële markten? Hoe ziet het er uit met de mensen die leidinggeven en besturen? Hoe zijn de verhoudingen van een land als Nederland ten opzichte van de financiële markten? Bij het beantwoorden van deze vragen kom ik uit op een paar punten, die voor de hand liggen en niet nieuw zijn, maar ik noem ze toch. Een eerste punt speelt ook bij de verkiezingen een grote rol en bijvoorbeeld bij het referendum over het Oekraïne-verdrag en het afblazen van TTIP. Het punt van globalisering en het opkomend verzet daartegen. Daar zit een lastige kant aan. Als we het hebben over de financiële markt, dat is dan een globale financiële markt want financiële markten zijn niet meer verbonden met een individueel land. Nederland is deel van een Europese bankenunie en een Europese kapitaalunie is in de maak als tegenwicht tegen het grote geld in een globaliserende wereld. Nederland zelf is een heel kleine speler als het om ‘het grote geld’ gaat.

Het tweede dat ik noem is de informatisering. Niet alleen de snelle uitwisseling van informatie en eventueel desinformatie via het internet, maar vooral dat in deze tijd informatie een enorm belangrijke rol vervult, ook als het om het functioneren van de financiële markten gaat. Die informatie wordt beheerst door belangrijke partijen en flitst in microseconden over de wereld, waar flitskapitaalhandelaren er hun voordeel mee proberen te doen. Die informatisering is belangrijk, zeker ook als destabiliserende factor van het grote geld.

Het derde punt dat ik noem is migratie. Wat we langzamerhand zien op de wereldbol is dat het op sommige plekken toch helemaal niet aangenaam is om te leven, vanwege oorlog of klimaat. Dit wordt mede versterkt door ongelijkheid in economische kansen. Als we kijken naar oorlogsgebieden, dan weet je dat één factor altijd aanwezig is, namelijk veel jonge mannen. Demografen hebben uitgezocht dat oorlog samenhangt met de aanwezigheid van veel jonge mannen. Economische kansloosheid speelt daarbij een belangrijke rol. Als je een regio hebt met veel jonge mannen waar weinig economische kansen zijn dan ontstaat er instabiliteit en zelfs oorlogen. Dan gaan de vrouwen en de kinderen op de vlucht. Als die dan bij onze grenzen staan, worden we wellicht verdrietig, boos, angstig, medelevend en wat dan ook. Grenzen sluiten in onze globaliserende wereld blijkt steeds moeilijker. Zeker als het om Europa gaat met een schier eindeloze kustlijn.

Daaraan moeten we de geopolitieke verhoudingen aan toevoegen. Die worden langzamerhand in de loop der jaren steeds instabieler. China gaat zich roeren in de Chinese Zee. De Premier van China heeft ook zo zijn geopolitieke plannen, die wil zich roeren.

Alle misères die wij beleven met Rusland hangen samen met Poetin die zich wil laten gelden als wereldleider en Rusland op de kaart wil zetten. Er is geen status quo wat hem betreft, alle grenzen zijn doordringbaar voor hem. Dus we hebben instabiele geopolitieke verhoudingen. We kunnen bovendien constateren dat met het programma van Trump in Amerika de ontwikkelingen de komende jaren nog veel onzekerder worden. Alleen al omdat meneer Trump zei: ‘Amerika betaalt momenteel 80% van de NATO-inspanningen, Europa moet maar eens meer gaan betalen’. Hij trok ook in twijfel of de NATO op moet komen tegen Russische inmenging in de Baltische staten. Dit betekent dat het hele veiligheidssysteem van de NATO ter discussie staat en dat we daarmee grote problemen kunnen verwachten. Waarom noem ik deze factoren? Omdat deze factoren ook van invloed zijn op de stemmingen in de samenleving. En die stemmingen in de samenleving zijn ook fundamenteel voor dat andere onderwerp, namelijk de democratie. Waar zijn mensen nou eigenlijk voor, wat willen ze? Wat drijft mensen in de samenleving? En wat we kunnen constateren is dat er meer en meer tegenstellingen in onze samenleving spelen. Het debat wordt scherper. Onder andere het debat over een open samenleving, over globalisering, en over Europeanisering. Onze samenleving polariseert rond de thema’s open-gesloten, globaal-nationaal, internationale en Europese samenwerking tegenover nationalisme.

Zoals Multatuli in het eerder aangehaalde citaat zei: ‘ik heb veel gereisd’ en hij laat merken dat hij daar veel van geleerd heeft. Daar tegenover staat het gevoel van geslotenheid: ‘laten we de grenzen sluiten’. En zo wordt het in de media ook regelmatig breed uitgemeten, namelijk als de roep om nationale soevereiniteit, de soevereiniteit van Nederland. Bij Brexit zagen we dat de nationale soevereiniteit van de Britten veel belangrijker werd dan die open grenzen ten opzichte van Europa. Als u mij vraagt, hoe staat u tegenover het paradigma van open-gesloten, van globaal-nationaal, dan zeg ik: ik vind het heel belangrijk dat die verschillende visies bestaan want dat is immers de kern van de democratie. En we moeten er ondanks die verschillende visies uit zien te komen, in deze tijd en in deze context.

Wat we nu zien is dat die Europese en internationale samenwerking onder druk staat. De NATO en daarmee onze trans-Atlantische veiligheidsgemeenschap staat onder druk. De Europese samenwerking staat onder druk. Als je door je oogharen de media bekijkt, en ik lees er heel veel, dan zie je dat er altijd een soort schaduw ligt over het idee van Europa. Het beeld dat opgeroepen wordt is dat het toch eigenlijk wel een stelletje amateurs zijn daar in Brussel. Ik hoorde een oud-minister uit Den Haag zeggen dat je in Den Haag niet eens meer mag spreken over Europese ‘wetgeving’. Je mag slechts zeggen ‘dat we in Europa iets afgesproken hebben’. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, dat soort verwatering van ideeën, daar moeten we niet aan meedoen. Maar de Europese samenwerking staat zwaar onder druk.

Europese en internationale samenwerking is noodzaak
In deze context van open-gesloten voelt u ook aan dat er ook iets met de democratie in onze samenleving gebeurt. Met die democratie is iets aan de hand wat mij grote zorgen baart, dat is namelijk de opkomst van populistische stemmingen. Die populistische stemmingen harken alle onrust en onvrede in de samenleving bij elkaar en maken daarvan een nieuwe politieke macht. Nieuwe politieke macht en misschien dat de verkiezing van meneer Trump in de Verenigde Staten daar een duidelijk voorbeeld van is. In Nederland hebben we hier ook mee te maken. Je ziet dat er aan de populistische kant een heftige concurrentie ontstaat tussen mensen die het politieke toneel betreden en macht willen verzamelen. Ik maak me daar ernstig zorgen om, omdat dat populisme geen antwoord is op de problemen waar we voor staan. Populisme sluit andere visies en ‘andere mensen’ uit, populisme is tegen pluralisme. Bovendien is populisme antidemocratisch, juist omdat pluralisme uitgesloten wordt.

Wat moeten we doen met de macht van het grote geld in onze wereld? En dan kom ik wel vanuit mijn rol als lid van de Europese Rekenkamer tevoorschijn. Er is maar een oplossing, dames en heren: Gewoon nette Europese samenwerking waarbij ook heel veel goeds tot stand komt. We hebben een bankenunie gekregen, er wordt gewerkt aan een kapitaalunie. De Europese samenwerking als het gaat om de begrotingen van de lidstaten heeft zich redelijk goed ontwikkeld. We kunnen daar kritisch over zijn, maar we kunnen helemaal niet zonder. Dat is mijn boodschap. We kunnen niet zonder Europese samenwerking en we kunnen niet zonder internationale samenwerking. Het idee ‘we sluiten onze grenzen’, ‘Nederland is Nederland’, dat is een waanidee dat gebruikt wordt door populisten om een hoop stemmen naar zich toe te harken. Maar daarna wordt het stil. Want het is geen antwoord op de macht van het grote geld.